Hier ben ik

Kerkuil

L 33-39 cm, SW 85-93 cm

Deze uil lijkt veel spookachtiger dan de andere uilen. Dat komt door

zijn witte “sluier” (gezicht) en de zwarte ogen. Bovendien zijn sommige

kerkuilen ook nog eens wit op hun buik en ondervleugels. De bovenkant

is geelbruin met grijze vlekjes. De kerkuil broedt graag in schuren

en kerktorens. Een goede nestplaats alleen is niet voldoende. Er moet

ook veel voedsel te vinden zijn (muizen). Het liefst jaagt hij langs heggen,

ruige grasbermen en houtwallen. In de moderne landbouw zijn dit

maar obstakels. Daarom verdwijnt dit landschap steeds meer. Daar

komt nog bij dat moderne schuren en kerken niet meer geschikt zijn om

te broeden. Van de minstens drieduizend broedparen in de jaren zestig

waren er eind jaren zeventig nog geen 100 meer over. Door onder andere

het ophangen van nestkasten gaat het nu weer beter met de kerkuilen.

De laatste jaren schommelt het aantal rond de 1000 paren. In jaren dat

er veel muizen zijn kunnen dat er zelfs wel 1400 zijn.


Bosuil

L(lengte van snavelpunt tot staartpunt) 37-39 cm,

SW (spanwijdte) 94-104 cm

Onze grootste algemene uil. Hij is ongeveer zo groot als een zwarte

kraai. De bosuil heeft een goede schutkleur: bruin of grijs gestreept. De

ogen zijn koolzwart. Omdat de bosuil een echte nachtvogel is, zul je

hem vaker horen dan zien. Hij is de uil die het bekende uilengeluid

maakt: hoew…..woe-woe-oe-oew. Overdag zit hij doodstil op een tak of

in een hol in een boom; “roesten” heet dat. Hierbij komt de schutkleur

goed van pas zodat hij niet zoveel gepest wordt door andere vogels.

Zoals zijn naam al zegt, komt de bosuil voor in gebieden met veel bos.

Maar ze broeden ook in parken en zelfs in de stad. In Nederland broeden

ongeveer 5000 paar bosuilen, meestal in een boomholte en soms in een

nestkast. Bosuilen zijn felle jagers. Ze eten bijna alles wat ze te pakken

kunnen krijgen. Zelfs een enkele sperwer en soortgenoten.


Ransuil

L 35-37 cm, SW 84-95 cm

Ransuilen zijn iets kleiner dan bosuilen en hebben een paar “oor”-

pluimen op de kop. In werkelijkheid zijn dit geen oren. De ogen zijn

oranje. Het geluid is een langgerekt oe-oe-oe-oe; heel anders dan van

een bosuil. Ook ransuilen zijn te vinden in de buurt van bos, vooral met

naaldbomen. In de winter zoeken ransuilen elkaar op om in een groepje

de dag al slapend door te brengen. Soms zitten er wel twintig of dertig

bij elkaar in één boom. De ransuil is dus meer een zwerver dan de bosuil.

Daarom zijn er in het ene jaar meer ransuilen dan in het andere jaar.

In ons land broeden tussen de 7.000 en 10.000 paartjes.


Velduil L 34-42 cm, SW 90-105 cm

De velduil lijkt op de ransuil, maar zijn oorpluimen zijn veel kleiner

en zijn ogen zijn geel. In Nederland broeden nog geen 50 paar velduilen

(vooral op de Waddeneilanden). Toch zien veel mensen vaker een velduil

dan andere uilen. Dat komt omdat velduilen vooral overdag en in de

Velduil

schemering jagen. Ze leven in open gebieden zoals moerassen en duinen.

Van alle uilen, zwerven velduilen het meest rond. Als er weinig voedsel

te vinden is, kunnen ze makkelijk honderden kilometers verder vliegen.

Soms komt het voor dat daarom uilen uit Noord-Europa naar ons land

komen, zodat er dan in een keer veel meer te zien zijn. Er is een verhaal

van een zeeman die een velduil op zijn schip zag landen terwijl het

dichtst bij zijnde land 1000 km. ver was.

Steenuil

L 21-23 cm, SW 50-56 cm

Ons kleinste uiltje is nauwelijks groter dan een merel. Hij heeft gele

ogen, een korte staart en is grijsbruin met witte vlekken. Het geluid is

heel anders dan van andere uilen: een schel “kieuw” of een langgerekt

póét. Net als de kerkuil broeden steenuilen in onze landbouwgebieden;

vaak in een hol van een oude fruitboom, een knotwilg, in een schuurtje

of in een nestkast. Ook steenuilen hebben last van de moderne landbouw.

De oude hoogstamboomgaarden worden steeds meer vervangen

door kleine boompjes waarvan het fruit veel makkelijker te plukken is

en oude schuurtjes met kieren en gaten zijn ook steeds minder te vinden.

Omdat het op boerderijen steeds schoner wordt zijn er steeds minder

muizen te vinden. Hierdoor hebben naast de kerkuilen ook de steenuilen

het moeilijk. De aantallen broedparen nemen steeds verder af. Er

broeden nu nog 8.000 tot 12.000 paren in ons land.

Oehoe

L 60-75 cm, SW 160-188 cm

Deze joekel is tegenwoordig de zesde uil die in Nederland te zien is.

Al een paar keer heeft er een paartje gebroed in een oude steengroeve

en er zijn ook jongen uitgevlogen. Ze zijn wel erg zeldzaam want het is

het enige paartje in ons land. Deze vogels vangen grote prooien en hebben

daarvoor veel ruimte en rust nodig. Vandaar dat er in ons drukke

landje niet veel zijn.

Onregelmatige bezoekers

De Ruigpootuil is een kleine uil (

L 24-26 cm, SW 52-58 cm ) die af

en toe eens in ons land voorkomt. Meestal wordt dan ’s nachts een mannetje

roepend gehoord in een naaldbos. Ruigpootuilen zijn alleen ’s

nachts actief, je zult ze dan ook niet snel overdag te zien krijgen. Ze

broeden het liefst in nestgaten van zwarte spechten.

De dwergooruil is nog kleiner (

L 19-20 cm, SW 50-54 cm ) dan onze

steenuil. Deze soort is pas een paar keer in ons land gezien; of liever

gehoord. Ook deze uilen zijn alleen ’s nachts actief en hebben zo’n

goede schutkleur dat je ze overdag ook bijna niet kunt zien tegen een

boomstam. In 1998 heeft er één een paar dagen in de buurt van

Nijmegen gezeten. Deze uilen leven vooral van grote insecten.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

28.10 | 13:49

mooie hee

...
12.05 | 11:52

Hey Ilja en Brigitte mooie site echt nice!

...
25.03 | 19:10

site heel informatief en heel leuk om naar te kijken

...
21.02 | 11:45
Ringmaten heeft ontvangen 1
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE